Amazing Africa

Amazing Africa

Op uitnodiging van Brussels Airlines ging De Morgen een week mee naar Senegal en Gambia, waar personeelsleden van de vliegtuigmaatschappij en enkele Belgische CEO's fietsten voor het goede doel. Verslag van zeven dagen vol zweet, zand, haantjesgedrag en ethische vraagstukken. Het is file in Dakar. Behalve voor ons. Met zijn zwaailicht, zijn sirene en zijn handen gebiedt de Senegalese politiemotard alles en iedereen aan de kant te gaan voor de drie witte minibussen vol even witte Belgen die achter hem rijden. Binnen staat de airco op de hoogste stand. Buiten broeit de zon, en wachten mensen in hun auto op vooruitgang. 'Tout commence par un rêve', leest een reclamebord van Nescafé aan de kant van de weg.

"Het komt erop aan om een balans te vinden in je leven", klinkt uit een gesprek achter in ons busje. Ze praten over de diploma's van de kinderen, het zware werkrooster, de scheiding en co-ouderschap. "Wat vind jij van houtskeletbouw", vraagt iemand aan zijn collega. Er wordt over verbouwingsplannen gesproken, en architectenkosten.

We rijden door een landschap dat gedomineerd wordt door schakeringen van geel, roestbruin en beige. De huizen langs de weg zijn nauwelijks afgewerkt. Een benedenverdieping in grijs beton dat zijn beste tijd al heeft gehad, meestal blijft het daarbij. Iedereen is in zijn nopjes. Iedereen heeft er zin in. Er wordt uitgekeken naar de welkomstcocktail in het hotel.

De mensen onder wie we ons bevinden, zo'n 45 man, zijn allen werknemers van Brussels Airlines, en nemen vrijwillig deel aan dit project van hun werkgever. Technici, administratief bedienden, cabinepersoneel, piloten: ze zijn hier om in totaal 500 kilometer te fietsen voor het goede doel. Naast een deelnameprijs van 1.500 euro heeft elke deelnemer nog minstens 1.000 euro bij elkaar gezocht aan sponsorgeld. Behalve personeelsleden van Brussels Airlines neemt ook een tiental CEO's deel aan de fietstocht. Zij zullen morgen pas arriveren, en hebben uiteraard wat meer geld neergeteld voor dit project. Hoeveel precies, dat zijn onze zaken niet. Maar in totaal zal deze derde editie van Bike for Africa 150.000 euro kunnen geven aan drie goede doelen in Senegal, Gambia en België.

Naast het aspect van liefdadigheid symboliseert dit project voor Bernard Gustin, sinds 2012 CEO van Brussels Airlines, ook het belang van Afrika voor zijn bedrijf. "Andere luchtvaartmaatschappijen focussen op China of India als nieuwe handelspartners, wij doen dat op Afrika. Ik hoop dat de CEO's die we meenemen op deze tocht daarin een pioniersrol kunnen spelen. De historische en culturele band tussen België en Afrika is iets waar we op willen blijven inzetten. "Tijdens de ebolacrisis zijn wij als enige Europese maatschappij op Afrika blijven vliegen. De slogan waarmee we deze Bike for Africa-toer rijden is dus niet voor niets 'Africa is not ebola'. Nu die epidemie achter de rug is, zullen we onze slogan trouwens veranderen naar 'Amazing Africa'."

Kraamkliniek

Hoe amazing het in Afrika is, in de verschillende betekenissen van het woord, blijkt de volgende dag al. Senegal is niet het armste land van Afrika, maar meer dan 40 procent van de bevolking is nog altijd ongeletterd, en de toegang tot gezondheidszorg en onderwijs is problematisch. Waar er in België vier baby's sterven van de 1.000 die geboren worden, zijn er dat in Senegal 53. Plekken waar vrouwen op een veilige en hygiënische manier kunnen bevallen zijn er nauwelijks. Op een van de zandwegen in de stad Mbour ligt zo'n plek. Het is de Belgische Muriel Jonckheere die deze kraamkliniek heeft opgericht. Toen ze in 2010 haar zoon Bernard verloor in een skiongeval, besloot ze naar Afrika te trekken. "Ik wilde het materialistische Europa verlaten. Ik kwam in Mbour terecht, en begon eerst te werken in de lokale school, daarna in het ziekenhuis. Al is dat een groot woord voor wat het is."

Toen twee jaar later haar man Marc stierf tijdens een ongeval in Chili, besloot Muriel zich voorgoed in Mbour te vestigen, en er een kraamkliniek op te richten. Ze overtuigde bemiddelde Belgen om te investeren, hield spaghettiavonden, zocht sponsors, sprak haar netwerk aan, en slaagde er zo in om 80.000 te verzamelen. Sinds drie jaar staat hier dan ook een gebouw met enkele bedden, een verlostafel, en propere toiletten. Een dokter is er niet, wel een verpleegster. Duizend baby's zijn hier ondertussen al geboren.

De Senegalese vrouwen die vandaag zijn opgetrommeld om te poseren met hun kind, laten zich gewillig fotograferen door hun sponsors. Ik praat nog even met een vrouw die is komen kijken naar het blanke bezoek van vandaag. Ze heeft een dochtertje van vier. Ze hoopt werk te vinden bij iemand van de Europeanen in Senegal. "We hebben jullie nodig", zegt ze. "Hier is geen werk voor ons."

Een Senegalese bouwpromotor - zware zonnebril, chic gekleed, en wellicht niet toevallig op bezoek vandaag - is dezelfde mening toegedaan. "Als de Europeanen hier een huis willen bouwen, komen ze bij mij terecht. Ik hoop dat er nog meer zullen volgen. De Europeanen hebben geld." Dat weet Muriel ook. Als de CEO's een dag later haar kraamkliniek bezoeken, haalt ze al haar overtuigingskracht boven. "Een fiscaal attest kan ik u niet bezorgen. Maar u kunt direct zien waar uw geld naartoe gaat. Duizend euro voor de kraamkliniek is duizend euro voor de kraamkliniek. Ik heb geen medewerkers of pr-campagnes te betalen."

De bedrijfsleiders knikken instemmend. Een van hen vraagt: "Oude machines die de ziekenhuizen bij ons niet meer gebruiken, kunnen we die niet naar hier sturen?" Muriel lijkt even te twijfelen bij die vraag. Maar ze herpakt zich en zegt: "Ja, dat kan. Al zouden we vooral zelf een nieuwe echografiemachine willen kopen. En een ambulance, die hebben we ook nodig. We kunnen uw steun hier dus hard gebruiken."

Aan de naaste medewerker van Muriel vraagt iemand nog hoe het komt dat zoveel huizen in Senegal onafgewerkt zijn. Zolang je huis niet klaar is, betaal je er geen belastingen op, geeft hij als antwoord. Dat heeft iedereen gehoord. "Vive le Sénégal", grinnikt een van de CEO's. Muriel wordt gefeliciteerd met haar project, er wordt afscheid genomen. Er moet tenslotte nog gefietst worden. "Ik hoef je waarschijnlijk niet te vertellen dat ik hier vollenbak wil gaan?", lacht Christian Van Thillo, CEO van De Persgroep, het moederbedrijf van deze krant.

Wagen- en mensenpark

Terwijl het busje ons door de straten van Mbour naar het vertrekpunt van de eerste fietsdag loodst, is het wat stiller geworden. "Ik snap niet dat het hier zo vuil is", zucht een van de CEO's. "Waarom ruimen ze dat afval langs de straat niet gewoon op?" "Je moet er blijkbaar soms toch wat achter zitten, achter die Afrikanen", klinkt het ergens achter in de bus als antwoord. Een uur later hebben de rommelige straten van Mbour plaatsgemaakt voor een open plek in de Senegalese savanne. De fietsers staan klaar om te vertrekken, in een vrolijke wit-blauwe tenue waarop de logo's van de sponsors vechten om het beste plaatsje. Duidelijke winnaar: de RTBF, volop aanwezig op elk achterwerk.

Drie vrachtwagens, twee minibussen, een ambulance, een 4x4, een pick-uptruck, een quad en een team van tien lokale begeleiders: dat is het wagen- en mensenpark dat de hele Bike for Africa-toer permanent zal begeleiden. Er mag niets misgaan, met al die vips aan boord. Er wordt zelfs gefluisterd dat de Amerikaanse inlichtingendiensten op de hoogte zijn van elke plek waar de fietsende Belgen zich bevinden.

Schrijven en fietsen tegelijk is moeilijk, fotograferen en fietsen tegelijk nog moeilijker, en dus legt de pers de fietsroute af per auto. Als we halt houden bij enkele armoedige hutten langs de route, komt een oude man kijken naar de drukte. Hij spreekt geen Frans, maar onze chauffeur wil gerust vertalen. Of hij een goed leven heeft, vraag ik hem. Ja, zegt hij. Hij heeft een dak boven zijn hoofd, is in 1937 geboren, nooit ziek geweest, nooit in aanraking gekomen met de politie. Wat hij vindt van deze karavaan die langs zijn hut stuift? Hij is er blij mee. "Quand les blancs passent, c'est de la paix." Hopelijk komen ze ooit terug, voegt hij er nog aan toe. "Kunt u hem geen cadeautje geven?", vraagt de chauffeur me. Een cadeautje? Daar heb ik niet aan gedacht. Er zit niks in mijn handtas dat voor een cadeau kan doorgaan. "Hebt u geen balpen voor zijn kinderen? Niet alle kinderen hier hebben een pen om mee te schrijven, weet u." Ik geef alle pennen die ik kan vinden.

Machetes

Het landschap, groen en dor tegelijk, wordt nauwelijks gekenmerkt door menselijke aanwezigheid. De enige gebouwen die uit steen bestaan, zijn moskeeën. Wit met een blauw koepeltje. Er staan er veel. Overal waar de fietsers rijden, staan kinderen langs de weg te zwaaien, te lachen, te applaudisseren. Maar er zijn ook enkele kinderen die andere dingen doen terwijl de fietsers langskomen. Die met stokken slaan, met stenen gooien, met machetes zwaaien zelfs, terwijl ze roepen: 'Donne-moi un cadeau!' Sommige fietsers zijn er erg boos om. Dat die kinderen niet gewoon vriendelijk zijn, dat begrijpen ze niet. Anderen proberen het wat te relativeren. "Het was een minderheid. Logisch dat kinderen elkaar wat ophitsen. Kun je het hen kwalijk nemen? We veroorzaken commotie. En ze zien nu eenmaal geld voorbijrijden. Bovendien zijn die machetes voor hen een werktuig: ze gebruiken het om maïs te kappen." De minder vriendelijke kinderen zijn hét gespreksonderwerp tijdens de eerste rustpauze. Uitgeput, en soms zelfs ietwat van de wereld, storten de meeste fietsers zich op de broodjes, de bananen en de blikken cola die voor hen zijn neergezet. Er staat een doos voor afval. Sommigen zijn te moe om daarvoor op te staan, en geven hun bananenschil of leeg blik dan maar aan iemand van de Senegalese begeleiders.

Het beeld blijft hangen. Waarom eigenlijk, vraag je je af. Omdat het over zwarten gaat? Is er een verschil met pakweg Sven Nys die zijn bananenschil aan een van zijn begeleiders geeft om weg te gooien? De Senegalezen worden betaald voor dit werk, wat is dan het probleem? Is het ons koloniale verleden en de historische schuld die mee bepaalt dat de relatie tussen blank en zwart nooit helemaal eenduidig zal zijn? Ik vraag aan Ibrahima, onze Senegalese chauffeur, hoe hij een project als Bike for Africa ervaart. Hij is blij, zegt hij. "We hebben de toeristen broodnodig. Het is onze eerste bron van inkomsten. Er is vrede in dit land. Het is een mooi land. De banden tussen moslims en christenen zijn hier goed. Er is niks om bang van te zijn. Zeg dat alstublieft tegen uw landgenoten. Zeg hen dat dit een uitstekende vakantiebestemming is."

Strak en scherp

De eerste fietsdag was uitputtend. Er was de commotie met de kinderen onderweg. Er was de ongenadige hitte. Er waren het groot aantal kilometers door het onverwacht erg mulle zand. Afzien voor het goede doel, allemaal goed en wel, maar er zijn grenzen aan afzien. Het programma van de tweede fietsdag wordt dan ook aangepast.

Nochtans hoeft dat niet voor iedereen. De CEO's, bijvoorbeeld, zijn hier strak en scherp naartoe gekomen, en zo zijn ze ook van plan om deze koers te rijden. Onder anderen Christian Van Thillo (De Persgroep), Maurits Lemmens (productiehuis deMENSEN), en Tom Van De Cruys (stroomleverancier Lampiris) zitten vanaf dag één in de kopgroep en zijn niet van plan die leiderspositie te lossen. "Die Van Thillo is ongelooflijk", fluistert iemand me toe. "Zet hij na 30 kilometer fietsen in mul zand bij 40 graden zijn helm af, dan ligt zijn haar nog altijd even goed."

En toch is het geen bedrijfsleider die het grootste sportbeest van allemaal blijkt te zijn. Wel een muzikant. Piet Goddaer, alias Ozark Henry en ook peter van Bike for Africa, zal de held worden van de week. In een elegante cadans glijdt hij over de schroeiend hete zoutvlakte, stompt hij zich een weg door het centimeters dikke zand, onderwerpt hij de stoffige wegen aan een onbarmhartig tempo, laat hij elke dag meer uren tussen hem en zijn achtervolgers.

En toch is hij hier niet om de eerste te zijn, zegt hij. Maar fietsen is voor hem de enige manier om alleen te zijn op de wereld. Een paar jaar geleden is Goddaer gestopt met roken en begonnen met sporten. Fanatiek. Zwemmen, lopen, fietsen. Om zijn kop leeg te maken. En het hielp. Ochtendgebed

De ecolodges waarin we de derde dag logeren, bestaan uit strooien hutten met enkel koud stromend water, en een badkamer die als plafond de sterrenhemel heeft. Eco betekent hier ook: wakker worden met een imam die ergens in de nabijheid zijn ochtendgebed de wereld instuurt. Je hoort een ezel balken. Je hoort een vogel zingen. Je hoort de imam zijn tweede gebed inzetten. "Jaja, 't is goed, jong", vloekt iemand in de hut naast ons.

We laten Senegal achter ons en zetten koers naar Gambia. Vanaf nu kunnen we Engels spreken in plaats van Frans. Bij de grensovergang moeten we wachten. Lang wachten. De paspoorten worden allemaal gecontroleerd, we moeten toestemming krijgen om het land binnen te gaan. De fietsers hebben er al een eerste stuk van de rit op zitten. Het was vroeg en dus koel om te rijden. De wanhoop en de uitputting zijn nog veraf op dit moment.

Niettemin moet er gegeten worden. Een suikerspiegel kan snel dalen in een klimaat als dit. "Heeft er nog iemand een koekske voor mij?", gooit Van Thillo in de groep. Twijfelende blikken bij zijn fietsmakkers. Nee zeggen tegen de machtigste mediaman van Vlaanderen? Of toch maar je eigen broodnodige voorraad opofferen? "Niet allemaal tegelijk, hè mannen", schampert Van Thillo, als hij de aarzeling merkt. Maar dat koekje krijgt hij.

Enkele uren later houden we halt in een dorp waar de fietsers zullen doorrijden. Een oude man komt naar ons toe om een praatje te slaan. Zijn haar is grijs en zijn rechteroog is blind. Hij draagt een stoffige grijs-bruine tuniek. Als de kopgroep passeert, wijst hij hen na en zegt hij: "You think it's nice, but for us it's not so nice. Belgium, Europe, we know what it's like there." Dan drukt hij ons vriendelijk de hand en wenst ons nog een behouden reis toe.

In het volgende dorp ontmoeten we een man die bij de Gambia Tourism Board werkt, en zich bezig houdt met de relatie tussen Gambianen en toeristen. Onder het motto 'Your holiday, my home' heeft Ousmyan Kebbela een aantal do's en don'ts opgesteld voor beide groepen. "Bijvoorbeeld: als toeristen aan het lezen zijn aan het zwembad, laat ze dan met rust. Ze zijn dan aan het relaxen, daarvoor hebben ze betaald. Of een tip voor toeristen: rijd niet door een dorp terwijl je achter op een truck staat en snoepjes gooit naar de kinderen."

Vol ongeloof staren we hem aan. Zijn er mensen die dat doen? "Zeker", zegt hij kalm. "Als je iets wilt geven aan de kinderen, ga dan naar een school en geef het aan de leerkracht. Hij of zij zal er wel voor zorgen dat het eerlijk wordt verdeeld." Eigenlijk is het simpel, zegt Kebbela: behandel onze kinderen niet zoals je je eigen kinderen niet zou behandelen.

Even later worden de fietsers uitbundig verwelkomd door honderden Gambiaanse kinderen in een dorpje bij Berefet. "Welcome, welcome", roepen ze vrolijk terwijl ze een erehaag vormen voor de duidelijk geëmotioneerde Belgen. Met de steun van Brussels Airlines hebben deze kinderen sinds enkele jaren allemaal een fiets, zodat ze de vaak tientallen kilometers naar hun school niet meer te voet moeten afleggen. Vandaag is het extra feest voor hen. Ze worden op de mountainbikes gehesen en een uur lang rondgereden door de Belgische fietsers. Alle gezichten glunderen.

Onrechtvaardigheid

Later vragen we aan Van Thillo of hij zich schuldig voelt als hij door de dorpen rijdt. Zijn antwoord is duidelijk: "Nee. Wat ik wel doe, is nadenken over hoe je zo'n maatschappij de juiste richting uit krijgt. Armoede, rijkdom, alles hangt af van de omgeving waarin je geboren wordt." Is dat niet de grootste onrechtvaardigheid die er is? Hij twijfelt. "Is dat onrechtvaardig? Het is gewoon vreselijk jammer. Het klopt dat kinderen hier nauwelijks zullen kunnen opklimmen op de sociale ladder. Maar beseffen ze dat? Ik bedoel: pas van het moment dat je weet wat de andere heeft, begint het gevoel van onrechtvaardigheid."

Van Thillo doet al vele jaren aan liefdadigheid, zowel op persoonlijk vlak als met De Persgroep. "Mijn familie is altijd actief geweest in het mecenaat en in goede doelen. Niet om ons zieltje af te kopen, maar omdat we het belangrijk vinden. Maar ik ga er niet hypocriet over doen: ik heb hier vooral aan deelgenomen om te fietsen."

Natuurlijk kun je je afvragen of heel deze logistieke organisatie van Bike for Africa nodig is om geld te verzamelen, zegt hij. "En ik weet dat het eigenlijk dweilen met de kraan open is als er geen macrovisie is. De kraamkliniek van Muriël maakt wel degelijk een verschil voor enkele tientallen vrouwen en kinderen, maar fundamenteel veranderen doet het niets.

"Maar misschien is dat een verkeerde manier van redeneren. Misschien redeneer ik dan als een bedrijfsleider die weet dat je nooit iets oplost door de symptomen te bestrijden zonder naar de oorzaak te gaan. Uiteindelijk denk ik dus: alles is goed, zolang er maar geld gegeven wordt. Want wie ben ik om daar vragen over te stellen?" Van 1.500 euro als deelnameprijs zal ook niemand van Brussels Airlines een boterham minder moeten eten. De vraag is of dat nodig is. "Eerlijk? Voor mij is dit een week vakantie", vertelt iemand van de deelnemers me. "Voor een relatief klein bedrag kan ik een week intensief sporten en kom ik op plaatsen waar ik anders nooit zou komen. Dat het geld naar een goed doel gaat, is een fijne bijkomstigheid, maar voor mij is het niet de hoofdreden om hieraan deel te nemen. "Is dat erg? Moet je je leven opofferen? Ik heb ongelooflijk veel bewondering voor mensen die het wel doen, maar ik heb ook maar één leven.

Kun je als individu trouwens iets wezenlijks veranderen aan de immense onrechtvaardigheid? Misschien is het al veel als wij ons wat meer bewust zouden zijn van hoeveel geluk we hebben, louter door de plek waar we geboren zijn."

Gorilla's

Het Afrikaanse landschap oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Nu eens kalm, dan weer woest, statig en verzengend tegelijk, altijd onbereikbaar. Het verleidt je om je steeds verder te begeven, en hoewel je weet dat je je vingers kunt verbranden, ben je niet in staat om nee te zeggen. Terwijl we op dag vijf over zo'n typisch rood-bruine binnenlandse weg rijden, staat, ergens tussen twee stofwolken in, een CEO naast zijn fiets te wachten. Hij is duidelijk geschrokken. Er staan mensen verkleed als gorilla naast de kant van de weg, met machetes, zegt hij. We vragen ons af of de hitte bij hem heeft toegeslagen, maar hij herhaalt nog eens wat hij zegt. "Niet bang zijn", zegt onze chauffeur. "Het is een lokale traditie. Om jullie te verwelkomen." "Verwelkomen?", snauwt de CEO terug. "Met machetes of wat? Dit is gekkenwerk. De mensen zijn bang." Hij fietst verder. Nog altijd even ongerust.

Als we later met iemand van de deelnemers spreken over cultuur- en andere verschillen, zal die zeggen: "Deze week heeft allerlei clichés over blank en zwart bevestigd. Maar clichés zijn meestal waar. De bedoeling van een project als dit is goed. Ik denk alleen dat je moet oppassen met beleren. Afrikanen zullen nooit westers worden. Dat willen ze ook niet. En toch vinden wij het vaak nodig om te zeggen dat ze het op onze manier moeten doen. Maar zo werkt het niet. We zijn twee verschillende culturen. En dat zal altijd zo blijven."

Dag vijf is ook de dag waarop Van Thillo niet meer bij de eersten is. "Schrijf maar op dat we hem eraf hebben gereden. Het belangrijkste van vandaag is verwezenlijkt." De fietser lacht uitbundig. Hij maakt een grapje, uiteraard. Hoewel. "Onderschat dat haantjesgedrag hier niet."

Fietsen voor het goede doel wordt overigens steeds populairder. Onder andere Vredeseilanden en Vélo Afrique trekken ook de kaart van een sportieve, avontuurlijke reis gecombineerd met liefdadigheid. Begrijpelijk, vindt Hans Bourlon (Studio 100). "Het is een unieke manier om een land te leren kennen. En het is pas als je van nabij met onrecht wordt geconfronteerd, dat je ook geneigd bent om er iets aan te doen. Zo zit de mens nu eenmaal in elkaar.

"Natuurlijk ga je met initiatieven zoals deze de wereld niet veranderen. Maar iedereen kan volgens zijn eigen mogelijkheden wel iets doen aan onrechtvaardigheid. Bedrijven zijn tegenwoordig zelfs verplicht om aan social responsibility te doen. Sommige doen dat in stilte, sommige pakken ermee uit omdat het goed is voor het imago. In se is er niets mis met een win-winsituatie voor beide partijen. Aan altruïsme doe je tenslotte ook om jezelf beter te voelen."

Eindmeet

De laatste fietstocht van deze Bike for Africa-editie eindigt na 100 kilometer op het strand bij het chique, erg toeristische Senegambia-hotel. Ozark Henry ligt met zijn kompanen alweer ettelijke uren voor op schema. Zoveel uren zelfs dat er nog geen aankomstlijn is opgesteld als ze op enkele kilometers van de finish blijken te zijn. Een streep in het zand is gelukkig snel getrokken, en op het laatste nippertje worden ook nog enkele Gambianen opgetrommeld om een vlag en parasol van Brussels Airlines omhoog te houden.

Een voor een bereiken de fietsers de laatste aankomstplaats. Iedereen is euforisch, en steekt de duimen in de lucht voor de foto's die van hen genomen worden. Een enkeling drukt ook de handen van de mannen die de vlag vasthouden, en bedankt hen voor de gastvrijheid. De volgende dag wordt het laatste bezoek van de week afgelegd, aan de Horizons Clinic in Banjul. Dankzij een Belgische cheque van 80.000 euro kan in deze kraamkliniek extra geïnvesteerd worden in medisch materiaal en in de opleiding van medisch personeel.

De fietsers zijn merkbaar onder de indruk van dit project. Dat hun geld 'niet blijft plakken', maar rechtstreeks naar de mensen gaat die het nodig hebben, vinden velen onder hen belangrijk. "Natuurlijk is 10.000 euro voor ons weinig geld", zal een van de CEO's later zeggen. "Maar als er door dat geld weer wat meer kinderen veilig geboren kunnen worden, dan is dat toch een goede zaak? En ja, je kunt je afvragen of iedereen niet nog wat meer kan geven. Maar je kunt ook niks geven. Dan is de keuze snel gemaakt, denk ik." De Morgen betaalde de vliegtickets van de journalist en de fotograaf. Verblijf en vervoer ter plaatse werden door Brussels Airlines voorzien.

Author: 
De Morgen

Instagram See all #bikeforafrica pictures

our Gold Sponsors